Oxytocine wat is dit nu eigenlijk?

Oxytocine is een neuropeptide dat als hormoon en neurotransmitter fungeert. Het lijkt een belangrijke rol te spelen bij het verbinden van sociale contacten met gevoelens van plezier. Het speelt een centrale rol bij moederbinding, vriendschappen en romantische interacties, evenals bij seksualiteit. Ook bij het verrichten van zorgtaken wordt er meer oxytocine aangemaakt. Omdat oxytocine ook een belangrijke rol speelt bij de hechting van opvoeder en kind, wordt het ook wel het knuffelhormoon genoemd. Waar oxytocine binnen de eigen groep (ingroup) altruïsme en binding versterkt, kan het richting andere groepen (outgroup) agressief gedrag in de hand werken, vooral als deze groepen als bedreigend worden ervaren.

Oxytocine is net als ADH een cyclisch nonapeptide geproduceerd in de hypothalamus. Het wordt vervolgens getransporteerd naar en opgeslagen in Herringlichaampjes bij axon-uiteinden in de neurohypofyse en kan hier worden afgegeven. Oxytocine heeft een aantal functies, waaronder contractie van glad spierweefsel (bijvoorbeeld de baarmoeder), en het regelen van de toeschietreflex bij borstvoeding.

Een hoog oxytocinegehalte wordt geassocieerd met een gevoel van vertrouwen en verbondenheid. Het achterliggende werkingsmechanisme is waarschijnlijk dat oxytocine stress vermindert door beïnvloeding van de prolactine en ACTH-niveaus.

Oxytocine remt de activiteit in het rechter deel van de amygdala, een deel van de hersenen dat betrokken is bij emotionele reacties. Geconfronteerd met angstige en boze gezichten veroorzaakt oxytocine een zwakkere amygdala-reactie, wat een positieve sociale interactie ten goede komt.

Bij hogere niveaus is er sprake van een hogere weerbaarheid tegen stress en verslaving en komt het lichaam sneller tot rust. Angst wordt makkelijker onderdrukt.

Tegelijkertijd zorgt oxytocine er ook voor dat mensen zich agressiever gedragen ten opzichte van mensen uit een concurrerende groep.

Verdere functies van oxytocine:

  • De bij een vrouwelijk orgasme vrijkomende oxytocine speelt een belangrijke rol bij het faciliteren van het transport van spermacellen door de vagina, met het doel de conceptie te bevorderen. Sperma bevat zelf ook oxytocine.
  • Oxytocine speelt een rol bij de bevalling. Het veroorzaakt de contracties van het glad spierweefsel van de baarmoeder tijdens barensweeën ten gevolge van het oprekken van de cervix (= Ferguson-reflex). Na de eerste baring verandert daardoor de hormoonhuishouding van de moeder structureel. Vanaf dat moment zijn vrouwen bijvoorbeeld sneller ongerust als er iets met kinderen gebeurt of gevoeliger voor babygehuil. Oxytocine zorgt voor het samentrekken van de spiertjes rondom de melkproducerende cellen waardoor er een toeschietreflex plaatsvindt en de melk beschikbaar is voor de baby. Het zorgt dus voor het lossen van de melk, niet voor het aanmaken van de melk.
  • Na de bevalling speelt oxytocine een belangrijke rol bij het regelen van de toeschietreflex bij het op gang brengen van de borstvoeding (lactatie).
  • Oxytocine bepaalt ook sterk de mate van binding die een ouder met zijn of haar baby voelt.
  • Bij baby's speelt oxytocine een belangrijke rol in de hersenontwikkeling, het helpt bij het associëren van sociale interactie met gevoelens van kalmte en plezier. Kinderen die in een vroege levensfase individuele aandacht ontberen, zoals in een weeshuis soms het geval is, kunnen symptomen ontwikkelen die sterk lijken op die van autisme.
  • Bovendien bevordert oxytocine dat er sneller een gevoel van verzadiging bij het eten optreedt.

Bij mensen met autisme wordt een lagere hoeveelheid oxytocine aangetroffen, wat suggereert dat dit hormoon het onderkennen en begrijpen van sociale codes bevordert. Behandeling met oxytocine blijkt autistische personen inderdaad socialer te maken ten opzichte van autistische personen die met een placebo werden behandeld. Afwijkingen in het gen dat codeert voor de oxytocinereceptor zijn in verband gebracht met een verhoogd risico op autisme.

Antidepressiva van het serotoninetype (SSRI, niet bv de tricyclische) remmen het vrijkomen van oxytocine. Gelijktijdige toediening van oxytocine en deze antidepressiva kan het libidoverlagende effect van serotonine-heropnameremmers mogelijk tegengaan.